Over ons

In 1993 wees de overheid Sena - voluit ‘Stichting ter Exploitatie van Naburige Rechten’ - aan om op basis van de Wet op de naburige rechten de vergoedingsrechten van alle artiesten en muziekmaatschappijen te regelen voor de (her)uitzending van muziek die commercieel is uitgebracht. Wij doen dit in Nederland op exclusieve basis, wat wil zeggen dat niemand anders dan wij gerechtigd zijn om deze vergoedingen te incasseren en te verdelen. Wij vertegenwoordigen naast alle Nederlandse uitvoerende kunstenaars en producenten ook tal van internationale topacts. Onze missie luidt: wij stellen ons ten doel bij muziekgebruikers bewustwording van de waarde van muziek te creëren, om voor rechthebbende (inter)nationale artiesten en producenten een vergoeding te incasseren en die zo snel en correct als mogelijk door te betalen tegen zo laag mogelijke kosten.

 

DOORBETALING

Wij verdelen de geïncasseerde vergoedingen op basis van ons repartitiereglement. Wij verwerken de playlists van landelijke radiozenders met een marktaandeel van ten minste 0,3%, mits zij aangesloten zijn bij het Nationaal Luisteronderzoek (NLO). Playlists van regionale radiostations worden verwerkt indien zij een vergoeding van € 30 duizend of meer op jaarbasis aan ons betalen. Wij verwerken playlists van landelijke televisiezenders bij een minimale Sena-vergoeding van € 60 duizend, mits gerapporteerd binnen het Stichting Kijkonderzoek (SKO). Daarnaast verwerken wij playlists van achtergrondmuziekleveranciers zoals Alcas, Eazis, Mood Media en Mediatools. Op deze playlists wordt het muziekgebruik van ongeveer 1500 cafés in Nederland gerapporteerd. Wij streven ernaar om tegen een verantwoord kostenniveau het aantal bronnen op basis waarvan wordt doorbetaald, verder te laten stijgen. In het kader van een zo nauwkeurig en eerlijk mogelijke verdeling van de gelden hanteren wij een primetime en non-primetime tarief voor de landelijke televisiezenders.

Wij betalen de geïncasseerde gelden uit Algemene Licenties voor een groot deel door op basis van een onderzoek, dat Intomart GfK twee keer per jaar in opdracht van ons en Buma uitvoert. In dit onderzoek worden 2.400 bedrijven gebeld met de vraag of er naar muziek wordt geluisterd, en zo ja, naar welke zender c.q. vanuit welke bron.

De inkomsten uit Nieuwe Media worden op basis van legale downloaddata uitbetaald. Op basis van bovenstaande methoden registreren wij welke muziek in een bepaald jaar openbaar is gemaakt. De vergoedingen worden vervolgens verdeeld onder de rechthebbenden van deze muziek, op basis van een in het repartitiereglement vastgestelde verdeelsleutel:

De helft van de gereserveerde vergoedingen per titel wordt uitgekeerd aan de producenten, de andere helft aan de uitvoerende kunstenaars. De toedeling van gelden per fonogram/titel vindt als volgt plaats:
a) Het totale bedrag dat voor verdeling ten behoeve van uitvoerende kunstenaars dan wel producenten beschikbaar is, wordt gedeeld door het totaal aantal minuten werkelijk gebruik van vergoedingsplichtig repertoire per incassobron.
b) Dit bedrag per minuut wordt vermenigvuldigd met het aantal gespeelde minuten per titel. Daardoor ontstaat een bedrag dat per titel beschikbaar is voor de verdeling onder de uitvoerende kunstenaars, die als zodanig hebben meegewerkt aan de betreffende titel, en onder de producenten.

Voor populair repertoire geldt dat de uitvoerende kunstenaars het bedrag dat voor de titel(s) waaraan zij hebben meegewerkt beschikbaar is, volgens de volgende waardering delen:
−    bandleden (`de artiest’) / solist: 5 punten;
−    dirigent: 3 punten;
−    sessiemuzikanten / overige uitvoerenden: 1 punt per instrument, met een maximum van 3 punten. Ook geldt dat wanneer sessiemuzikanten aan de opname hebben meegewerkt, het onder de sessiemuzikanten te verdelen bedrag nooit meer zal bedragen dan 50 procent van het totaal per titel beschikbare bedrag voor uitvoerende muzikanten.

Voor klassiek repertoire geldt dat de uitvoerende kunstenaars het bedrag dat voor de titel(s) waaraan zij hebben meegewerkt beschikbaar is, volgens de volgende waardering delen:
−    solist: 5 punten;
−    dirigent: 3 punten;
−    overige uitvoerenden: 1 punt.
Van de geïncasseerde vergoedingen trekken wij een inhoudingspercentage af. Het inhoudingspercentage was voor het jaar 2015 vastgesteld op 12 procent. Daarnaast reserveren wij 3 procent van de gelden bestemd voor uitvoerende kunstenaars voor sociaal-culturele doeleinden.

BESTURINGSMODEL EN TOETSING REPARTITIEREGLEMENT

Op basis van het CBO-Keurmerk en de daarbij behorende Richtlijnen goed bestuur en integriteit CBO’s worden ons repartitiereglement en besturingsmodel eens in de drie jaar getoetst op actualiteit en bruikbaarheid. De meest recente toetsing vond plaats in juni 2015.

Wij voldoen met ons huidige besturingsmodel, statuten en repartitiereglement tevens aan de Principles en Best Practice-bepalingen, die verankerd zijn in de Richtlijnen goed bestuur en integriteit CBO’s.

 

Terug naar tijdlijn