Toelichting resultaten 2015

Dit jaarverslag is opgesteld conform de richtlijnen van het CBO-Keurmerk in lijn met de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburig recht (WTCBO) en Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW), nader uitgewerkt in richtlijn RJ640 'Organisaties zonder winststreven' van de Nederlandse Raad voor de Jaarverslaggeving.

De totale gefactureerde licentie-inkomsten bedroegen in 2015 € 68,4 miljoen. Dit is een stijging van 4,2 procent ten opzichte van 2014, toen het niveau van gefactureerde licentie-inkomsten nog op € 65,7 miljoen lag. De licentie-ontvangsten stegen eveneens, van € 64,4 miljoen in 2014 naar € 69,5 miljoen in 2015 (+ 7,9 procent). Met name omdat de betalingstermijn bij Scan ultimo december gedaald was van 31 naar 29 dagen komen de licentie-ontvangsten in 2015 hoger uit dan de gefactureerde licentie-inkomsten.

Wij betaalden in 2015 een recordbedrag van € 70,6 miljoen bruto uit aan onze rechthebbenden.
Netto ontvingen rechthebbende artiesten en muziekmaatschappijen een totaalbedrag van € 61,2 miljoen. Ten opzichte van 2014 stegen de netto doorbetalingen met 21,6 procent. Dit is het hoogste niveau van doorbetalingen in onze bestaansgeschiedenis.

Begin 2015 is het ultimo 2014 openstaande te verrekenen tekort van € 143 duizend teruggebracht naar nul. Hierop konden wij het inhoudingspercentage met ingang van muziekjaar 2015 verlagen naar 12 procent. Het terugdringen van het te verrekenen tekort heeft daarmee vier jaar geduurd, ongeveer een jaar korter dan wij in 2012 voorzagen. Wij ondernamen hiervoor drie maatregelen. Het inhoudingspercentage is in 2012 verhoogd naar 16 procent en werd eveneens toegepast op openstaande (eerdere) jaren. Ook zijn niet-geclaimde gelden ten gunste van het te verrekenen tekort gebracht.

De kosten van de organisatie kwamen in 2015 uit op € 5,9 miljoen netto, wat overeenkomt met 8,7 procent van de totale gefactureerde licentie-inkomsten. In vergelijking met 2014 betekent dit een daling 0,4 procentpunt.

 

Algemene Licenties

 

Wij ontvingen in 2015 een totaalbedrag van € 35,5 miljoen uit Algemene licenties. Hiermee is de stijgende lijn van de afgelopen vijf jaren voortgezet, met een kleine uitzondering in 2014, toen een aantal substantiële bedragen niet in het toenmalige verslagjaar kon worden ontvangen. Deze opbrengsten zijn in 2015 alsnog geïncasseerd.

De stijging in de totale licentie-ontvangsten is voornamelijk gerealiseerd bij de collectieve overeenkomsten. Wij bedienen dit segment deels zelf en deels via het Service Centrum Auteurs- en Naburige rechten (Scan), de joint venture van Buma en Sena. In 2015 hebben wij onze dienstverleningsovereenkomst met Scan uitgebreid. Scan verzorgt nu 50 procent van de administratieve afhandeling van collectieve licentieovereenkomsten namens ons. Zij deed dit al voor het totaal aan individuele licentieovereenkomsten. Samen realiseerden wij € 14,3 miljoen aan totale licentie-ontvangsten uit collectieve licenties; een stijging van € 1,8 miljoen oftewel 19 procent ten opzichte van 2014.

In tegenstelling tot de ontvangsten uit collectieve licenties daalden de individuele licentie-ontvangsten, met 0,7 procent (€ 143 duizend). Deze kleine daling is het gevolg van het overstappen van diverse individuele licentiehouders in de zorg en fitnesssector naar collectieve overeenkomsten. Daar stond tegenover dat de buitendienstmedewerkers van Scan door marktbewerking, onder andere in gemeentes, een stijging van € 400 duizend in licentie-ontvangsten wisten te bewerkstelligen. De totale licentie-ontvangsten uit individuele licenties bedroegen in 2015 € 21,2 miljoen.

 Media

 

De totale licentie-ontvangsten uit het mediasegment stegen in 2015 met € 2,0 miljoen naar € 20,7 miljoen. De stijging kent een aantal oorzaken.

Met de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) konden wij in 2015 een nieuwe overeenkomst sluiten. De overeenkomst kent een looptijd tot 2018 en is gecontinueerd op basis van de overeengekomen voorwaarden per 1 januari 2014 en bevat een eenmalige afkoop over het verleden.

De licentie-ontvangsten uit commerciële radio vielen hoger uit dan we op basis van de geprognotiseerde radiobestedingen verwachtten. Deze stijging werd deels tenietgedaan door tegenvallende bestedingen bij de commerciële televisiezenders.
Al geruime tijd zijn wij in gesprek met de Vereniging Commerciële Radio (VCR). Helaas lukte het ons ook in 2015 niet om overeenstemming te bereiken over een nieuw modelcontract voor de licensering van landelijke commerciële radiostations. Ditzelfde geldt voor de overeenkomst met de Vereniging Niet Landelijke Commerciële Radiostations (NCLR).

Een actieve marktbewerking binnen de dancesector en het met terugwerkende kracht kunnen sluiten van een overeenkomst met SFX Europe en andere dance-organisatoren deden de inkomsten met € 600 duizend stijgen.

Binnen het kabelsegment stapten de nodige klanten van Digitenne en het gefuseerde UPC/Ziggo over naar KPN. Het aantal lijstzenders (zenders die niet op voornamelijk Nederland gericht zijn) is relatief stabiel.
Daarentegen is het aantal analoge aansluitingen dat omgezet wordt naar een digitale aansluiting stijgende, hetgeen een positief effect op onze opbrengstenstroom heeft. In 2015 viel eveneens een reservering vrij die wij eerder opnamen voor gevrijwaarde buitenlandse zenders.

Buitenland

 

Onze licentie-ontvangsten vanuit het buitenland steeg in 2015 met 8,1 procent naar een totaal van € 13,3 miljoen (2014: € 12,4 miljoen). Een vijftal factoren verklaren deze stijging.

Het niveau van ontvangsten uit België vertoont sinds 2013 een stijgende lijn. In het verslagjaar ontvingen wij € 1,5 miljoen van onze Zuiderburen, een stijging van maar liefst 54,6 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Sinds de implementatie van een nieuw IT-systeem binnen Playright kunnen wij op een efficiënte wijze claims bij deze zusterorganisatie indienen.

Nederlandse dancemuziek blijft onverminderd populair in het buitenland. Wij ontvingen met name uit de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk meer inkomsten voor dit muziekgenre. De populariteit van dance is de belangrijkste reden van de toename van onze inkomsten uit het Verenigd Koninkrijk: van € 747 duizend in 2014 naar € 1,1 miljoen in 2015. De totale inkomsten uit de Verenigde Staten daalden echter met een vergelijkbaar bedrag naar € 5,8 miljoen. Rights Agency Limited (RAL) trok voor een aantal van haar artiesten het USA-mandaat bij ons in.

De inkomsten uit noordelijke Europese landen stegen eveneens. Uit Finland ontvingen wij in 2015 met terugwerkende kracht inkomsten over de jaren 2011 tot en met 2014 (€ 252 duizend). SAMI uit Zweden betaalde in 2015 € 235 duizend uit over claims die wij reeds in 2014 indienden. Via de Poolse zusterorganisatie STOART ten slotte ontvingen we € 364 duizend tegenover € 151 duizend in 2014.

Het Duitse GVL keerde in 2015 ook vergoedingen uit over eerdere jaren. Hierdoor stegen de totale  inkomsten uit Duitsland met 64,7 procent naar € 1,1 miljoen.

Tot slot ontvingen wij in 2015 een deel van de claim die wij al jarenlang bij het voormalige IMAIE uit hadden staan. De Italiaanse curatoren maakten een deelbetaling van € 588 duizend van de claim van € 848 duizend aan ons over.

In het algemeen kunnen wij stellen dat de uitwisseling met onze buitenlandse zusterorganisaties steeds beter verloopt. Wij kunnen op basis van de door hen aangeleverde speelgegevens gerichter en efficiënter claims indienen voor onze Nederlandse rechthebbenden. Ter controle van de hoogte van de uitgekeerde bedragen hebben wij in 2015 fingerprintdata van de in twaalf Europese landen top-1000 meest gedraaide titels aangekocht. Daarnaast raadplegen wij de portals van onze zusterorganisaties ook direct. Zo kunnen wij nagaan of er niet-geclaimde titels van onze rechthebbenden in hun speelgegevens voorkomen.

Doorbetaling

 

Wij betaalden in 2015 € 70,6 miljoen bruto door aan onze rechthebbenden. Van dit bedrag was € 58,8 miljoen afkomstig van de Nederlandse incasso en € 11,8 miljoen van de buitenlandse incasso. De netto doorbetalingen zijn in verhouding nog hoger omdat wij in 2015 een verlaging van het doorbetalingspercentage van 16 naar 12 procent doorvoerden.

Twee versnellingen in het doorbetalingsproces liggen ten grondslag aan de recordbedragen. In de eerste betalingsronde van het jaar, in maart, konden wij reeds € 29 miljoen doorbetalen. Het eerdere record van maart 2014 (€ 20 miljoen) sneuvelde hiermee. De maartrepartitie vertegenwoordigde maar liefst 57 procent van het totale doorbetalingsbedrag in 2015.
De tweede versnelling vond plaats in september, toen wij voor het eerst in onze geschiedenis Nederlandse licentie-ontvangsten in hetzelfde jaar doorbetaalden. Ook in december is over inkomsten uit 2015 al doorbetaald.

Thuiskopie

Stichting NORMA heeft het Thuiskopie audiorecht vanuit het buitenland aan ons overgedragen. Wij zijn gedurende 2015 in staat geweest om € 378 duizend aan Thuiskopie audiogelden vanuit het buitenland te incasseren.

Exploitatie

 

Zowel de bruto als de netto totale exploitatielasten daalden ten opzichte van 2014. De bruto exploitatielasten kwamen in 2015 uit € 7,2 miljoen versus € 7,5 miljoen in 2014; een daling van 3 procent die onder andere voorkomt uit eenmalige, in 2014 gemaakte kosten voor QI- en ISAE 3402 audits. De eenmalige opstartkosten hebben zich in 2015 niet voorgedaan. Ook de communicatie- en afschrijvingskosten vielen lager uit.

De netto exploitatielasten (gecorrigeerd voor financieel resultaat en diverse baten) daalden in 2015 naar € 5,9 miljoen (2014: € 6 miljoen). De daling in de netto exploitatielasten is lager dan die in de bruto exploitatielasten omdat de buitenlandse doorbetaling gedurende 2015 op een lager niveau lag en er minder baten ontvangen zijn voor onze dienstverlening aan Stichting NORMA. Het financieel resultaat nam eveneens af door dalende rente-inkomsten ten gevolge van de lage rentestanden.

College van Toezicht

Het College van Toezicht Collectieve beheersorganisaties Auteurs- en naburige rechten (CvTA) is namens de Minister van Veiligheid en Justitie belast met het toezicht op een correcte naleving van de Wet toezicht en geschillenbeslechting voor Collectieve Beheersorganisaties. In deze wet zijn tevens enkele ‘pas toe of leg uit'-bepalingen opgenomen. Wij voldeden gedurende 2015 aan alle gestelde bepalingen.

Budget 2016

De nominale stijging van de bruto exploitatielasten van 2015 naar 2016 bedraagt € 378 duizend. Dit is een gebudgetteerde stijging van 5,2 procent. De stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door de toename in de afschrijvingen als gevolg van geplande investeringen. Verder stijgen de mailing- en incassokosten omdat wij als gevolg van gewijzigde regelgeving bepaalde incassokosten niet meer in rekening kunnen brengen. Het deel kostendekking dat hierdoor wegvalt, zorgt voor de stijging van de bruto exploitatielasten. Tot slot is een (beperkt) budget opgenomen voor de nieuwe ontwikkelrichtingen.

Netto stijgen de exploitatielasten met € 717 duizend. Deze stijging is daarmee hoger dan de bruto lastenstijging. Dit komt doordat wij in het budget rekening gehouden hebben met een gemiddeld lagere renteopbrengst; een direct gevolg van een daling in liquide middelen door een verdere versnelling van de doorbetalingen en de lagere rentestand. De daling in diverse baten is in lijn met de afname in buitenlandse doorbetalingen.

Terug naar tijdlijn